Bijna Albanië
Voor de echte Albanië-freak is het behoorlijk opwindend om in Budva, Montenegro, te zitten, op maar een kilometer of honderd van de Albanese grens. En enigszins frustrerend om je partner dan niet om te kunnen praten voor een dagje Albanië. Om vijf uur uit de veren voor de dagtrip van Montenegro Tours was inderdaad ook wel wat vroeg, dat snapte ik dan ook wel weer. Gelukkig wist ik er een compromis uit te slepen: met een plaatselijk minibusje naar Ulcinj, het meest zuidelijke stadje van Montenegro met een bevolking die voor maar liefst 75 procent uit Albanezen bestaat.
Vrijdag 3 juli 2009. In het snikhete Ulcinj kwam het Albanië-gevoel algauw weer boven. Druk, chaotisch verkeer, veel mensen op straat, meer moskees dan kerken. Tim en Alexander raakten compleet gefascineerd door een stel bedelende kinderen en een verslonsd jongetje van een jaar of vier dat een teug nam van zijn sigaret. “Mama, kunnen zulke kleine kinderen al roken?” vroeg Tim stomverbaasd. Ik had het ook niet voor mogelijk gehouden, maar blijkbaar wel. Dit was het dus weer: bijna-Albanië, en net als tijdens mijn eerste dag in Shkodra in 2006 vroeg ik me af of dit nou echt zo leuk was.
De mooie oude moskee annex badhuis die we passeerden, was een eerste indicatie dat het antwoord op die vraag ja moest zijn. De oude stad, hoog bovenop een rots boven zee gelegen, evenzeer. Hoewel een groot deel ervan sinds de vernietigende aardbeving van 1975 nog altijd in puin ligt, viel er nog veel vergane glorie te bespeuren. Het échte gevoel kwam definitief weer boven toen we aan de strandboulevard een stuk pizza kochten en ik op goed geluk wat Albanese groeten en dankbetuigingen op de verkoper afvuurde. Het was raak, het was een Albanees. Hij riep er een collega-verkoper bij om deze rariteit – een Nederlandse uit Tsjechië die niet “thank you” zegt, maar “faleminderit” – te komen bewonderen. Half in het Engels, half in het Albanees voerden we een vrolijk gesprek. Dit was leuk. Net als onze ontmoeting later op de middag, met een paar Kosovaren die bij dezelfde baai waren neergestreken als wij.
Komende zomer gaan we als alles meezit weer naar Montenegro. En het is me gelukt: Honza ziet een paar dagen Albanië nu ook zitten. Weer met hetzelfde leuke minibusje twee uur hobbelen naar Ulcinj en vandaaruit door naar Shkodra, op bezoek bij de vrienden van toen waar we nog regelmatig contact mee hebben. Tim heeft er veel zin in, want die herinnert zich nog goed hoe hij als blond mannetje van vier op grote belanstelling van de Albanezen kon rekenen. En Alexander, die destijds te klein was om mee te gaan op zo´n lange autorit, is helemaal blij. Die heeft het altijd zo opgevat dat Albanië een populaire vakantiebestemming is waar de halve wereld al geweest is, behalve hijzelf. En dat moet natuurlijk worden rechtgezet. Shqipëria, mirupafshim (Albanië, tot ziens)!