Net iets meer vrijheid


Op 17 november was het 20 jaar geleden dat zich in Tsjechoslowakije de Fluwelen Revolutie voltrok. Ter gelegenheid daarvan heeft uitgeverij Skandalon onlangs het boek Net iets meer vrijheid uitgebracht, dat ik dit jaar heb vertaald.

In het boek gaan auteurs Hájek en Plzák het gesprek aan met een kleurrijke Tsjech: Miloš Rejchrt, die vol vuur vertelt over zijn bestaan als predikant, stoker en woordvoerder van mensenrechtenbeweging Charta 77. Ook zijn visie op het Tsjechië van na de revolutie komt uitvoerig aan bod.

Ter illustratie een anecdote, die Rejchrt in het boek vertelt:

Heb je nog meer last met de recherche gehad?

“Op een keer pakten ze me vlak voor de 21e augustus[1] op in het ketelhuis, rond die datum waren er altijd manoeuvres. Ook deze keer was het de recherche. Ze zeiden dat er een melding was binnengekomen uit Ústí en dat ze moesten onderzoeken of ik geen marihuana of andere verdovende middelen kweekte. Het verhoor begon met de vraag: “Van welke personen is u bekend dat zij marihuana verspreiden?” En ze noemden Hájek, Hejdánek – als Patočka nog had geleefd, dan zou hij er ongetwijfeld ook in verwikkeld zijn geweest. Ik zei dat mij van niemand iets bekend was. Maar daar namen ze geen genoegen mee, ze moesten de plaats waar ik woonde doorzoeken, zeiden ze, om te kijken of daar niet iets te vinden was. Ik hield een tijdje vol dat ze toestemming tot huiszoeking moesten regelen en sleepte er uiteindelijk een compromis uit: ze zouden ons appartement niet binnengaan, maar alleen een kijkje in de tuin nemen. Ik was er niet helemaal gerust op, want Jitka was al langere tijd met de kinderen bij haar ouders en wist en herkende ik veel wat voor onkruid er allemaal bij ons op de tuin groeide.

Of de vijand er niet de een of andere bolderik had geplant…

Inderdaad ja, als ze in staat waren om min of meer onopgemerkt je appartement binnen te komen, waarom dan niet ook de heg over. We kwamen aan met een Wolga, stapten uit en een van hen begon meteen: “Dit is vreselijk, meneer Rejchrt, zo droogt het hier toch allemaal uit!” “Denkt u dat ik de planten water zou moeten geven?” “In ´s hemelsnaam, nee, niet nu midden op de dag – planten geef je toch niet midden op de dag water? Dat moet je tegen de avond doen.” En nog een aantal waardevolle tuiniertips. Onze huisgenoten hadden een perkje paprika´s, waar ze enthousiast op afvlogen; ik dacht al dat ze echt iets gevonden hadden, maar ze waren alleen maar bezig de paprika´s te bewonderen. Geen wiet te zien, dat gaven ze toe, ze gedroegen zich correct en brachten me weer terug naar mijn werk. Onderweg bij de Staatsopera viel de uitlaat eraf; het socialisme begon duidelijk al ineen te storten.

´s Avonds kom ik thuis en de buurvrouw meteen: “Wat was dat rond de middag? Waren ZIJ dat? En wat wilden ze?” “Ach, stelt u zich eens voor, die idioten zochten bij mij naar marihuana!” “En wilt u?” vroeg ze. “Ik heb wel wat voor u!” Zij had het aan de andere kant van de heg staan!”

Het boek is te bestellen via deze link.

Leave a Reply