De dingenzoeker
Hlušek en zijn kleinzoon in de alcoholstokerij in de kelder
Het miezerige weer buiten was een regelrechte uitnodiging om met mijn zoontjes naar de kelder te gaan om de klusjesman en zijn kleinzoontje Jakub op te zoeken. We waren niet de eersten die op dit idee waren gekomen – Hlušek had al bezoek van meneer Bartoš, een vriendelijke vijftiger in smoezelige kleding, die ik hier nog niet eerder had gezien. De vlekkerige tassen vol oude rommel die naast zijn stoel stonden verraadden zijn grote hobby: containers afstruinen op zoek naar bruikbare spullen. Een echte dingenzoeker dus, om in Pippi Langkous-termen te spreken.
Trots liet Bartoš me zien wat voor schatten hij had meegebracht. Een electrische tandenborstel, maar dan zonder borstel (”dat vinden kinderen geweldig, zo’n ronddraaiend ijzeren staafje!”), kapotte autootjes, een bureaulamp die het nog prima deed, maar waar de poot van afgebroken was. “Ik moet die oude man toch een beetje bezig houden, hè. Zo heeft hij mooi weer wat te repareren,” verklaarde hij met een knipoog naar Hlušek. Die schonk ondertussen de koffie op in hoge glazen die niet helemaal bestand bleken tegen het kokend hete water. Met een knal sprong één van de glazen uit elkaar. “Ik geloof dat ik weer nieuwe glazen nodig heb, meneer Bartoš,” zei Hlušek, terwijl hij de koffieprut opveegde met een dweil. “Dat wordt weer rondneuzen dan. Deze had hij ook al van mij, best mooi, he?” wees hij me op het merkje Piazza op het glas. Echt kwaliteitsspul, moest ik toegeven.
“Hij zit ook in het gebouwenbeheer, net als ik, maar dan in een parkeergarage” fluisterde Hlušek op samenzweerderige toon toen Bartoš weer vertrokken was. “De troep die hij verzamelt slaat hij daar allemaal op in een bedompt kantoortje onder de trap. Laatst waren er muizen afgekomen op het droge brood dat hij verzamelt voor het paard van een kennis. Dus gaf ik hem gif om ze om zeep te helpen, maar toen ik later weer langskwam viel ik bijna flauw van de stank. De muizen waren inmiddels dood, maar onder die bergen rotzooi kon hij hun lijkjes natuurlijk niet terugvinden. Echt vreselijk. Dat krijg je als dingen zoeken een verslaving wordt.” Ondertussen vindt Hlušek het zelf maar al te leuk om al die kapotte spullen weer te repareren, vooral het electronische speelgoed. Tot vreugde van mijn zoontjes, die steeds opnieuw het knopje van een plastic helicopter zonder wieken op on zetten. Mij kon het Chinese geblèr dat het ding voortbracht minder bekoren, maar ik zal niet klagen. Je moet er wat voor over hebben om je kinderen een leuke ochtend te bezorgen.
